|
|||||||||||||||
Porto? Ziehier wat Wikipedia zegt: "Port (vooral gebruikelijk in Nederland) of porto (Belgisch-Nederlands) is een zoete versterkte wijn uit Portugal, met een alcoholgehalte dat tussen 18 en 20 procent ligt. Om port te kunnen maken zijn, naast de soort druiven, vooral ook het klimaat en de grondsoort van belang. Dit verklaart waarom deze wijn uitsluitend gemaakt kan worden in de Dourovallei in het noorden van Portugal. Het verloop van het weer in een bepaald jaar speelt de belangrijkste rol bij het verkrijgen van een unieke kwaliteitsport, die de vintage port genoemd wordt". "Ken jij Porto of Portwijn (Nederland)?" "Ja natuurlijk: dat is toch die rode zoete aperitiefdrank, die vooral op café gedronken wordt?" Terwijl de naam "Porto" nog maar zeer recentelijk een beschermde merknaam is - al bestaat bij voorbeeld nog Zuidafrikaanse Port (i.t.t. wat Wikipedia zegt)-, mag gerust gesteld worden dat de beste Ports uit het gebied van de D.O.C. Oporto komen. Dat is het gebied dat langs de rivier Douro (uitspreken: dowroe) is gelegen. Het begint vanaf ongeveer De hoofdstad van het wijngebeuren is Regua. Daar staat de beroemde zwarte Sandeman hoog op de wijnheuvel tegenover het stadje (zie 2e kaart en foto bovenaan). Wat wij als "Porto" kennen is eigenlijk een recente wijnsoort, want in dit gebied wordt al 22 eeuwen lang wijn gemaakt! En dat van in totaal meer dan honderd witte en rode druiven! Volgens de meeste bronnen begint de geschiedenis van "Port wine" rond 1680, toen Engeland in oorlog geraakte met Frankrijk en dus geen "claret" uit Bordeaux meer ingevoerd kreeg. De Britten zochten en vonden een alternatief diep in het Dourogebied. Die wijn werd met platbodems tot in Villa Nova do Gaia gevaren, waar de grote invoerders hun pakhuizen hadden. En van daar werd hij verscheept. Maar deze wijn bleek niet goed bestand tegen de lange zeereis. Dus versterkten Britse, en vooral Schotse invoerders de vaten met zo'n 5% brandewijn. Wat de Britten er niet bij zeggen is dat deze oplossing hen werd ingefluisterd door hun Nederlandse bondgenoten - die wisten hoe je een gewone wijn kon "verrijken" met jenever. Deze aangesterkte wijn vond men veel beter dan de gewone landwijn. Zou Porto dan, net als sherry, een wijn-met-toegevoegde-brandewijn zijn? Neen! Want het eigenlijke Porto-procédé werd waarschijnlijk ontdekt door de abdij van Lamego. Het geheim bestaat erin dat men nog tijdens de gisting alcohol met volumegehalte van ca 77% geleidelijk toevoegt aan de most tot men een percentage van ongeveer 18 bereikt. Het effect is dubbel: de wijn behoudt in hogere mate zijn fruitigheid, én er ontstaat Let echter wel op: er werd eerst en lange tijd alleen rode portwijn gemaakt, daarna begon men met witte druiven. Maar wit haalt nooit de kwaliteit van de betere rode. En over welke druiven gaat het? Afhankelijk van de selectie van de druiven, de percelen, het jaar en de behandeling ontstaan de verschillende types rode port - in totaal 8:
de basiswijn, met 3-4 jaar vatlagering, robijnkleurig, fruitig, vaak simpel maar soms ook verfijnd, meestal ook een mengeling van verschillende jaargangen
door langere vatlagering en meer blootstelling aan zuurstof krijgt de Port een bruine-tot-oranje kleur, is meer verfijnd en minder zoet dan de ruby
is een tawny bestaande uit een mengeling van wijnen die gemiddeld 10 of 15 of soms 40 jaar oud zijn, en waarbij de helft tot driekwart uit eenzelfde jaar stamt! Het gaat om verfijnde versmolten wijnen met frisse zuurtoets.
is een Tawny van één bepaald oogstjaar, dat ook op het etiket vermeld wordt, en met minstens zeven jaar vatlagering. Ook hier is er verfijning en frisheid, gecombineerd met lichte kruiden en specerijen.
Zoals de naam het zegt: portwijn van één oogstjaar, dat als kwaliteitswijn vroeg apart wordt opgeslagen in liefst jongere vaten, en na hoogstens 2 jaar vatlagering en goedkeuring door het strenge Instituto do Vinho do Porto op fles komt. Daar rijpt de wijn nog minstens 4 - 8 jaar! Dit zijn de Grand Cru's, met veel concentratie, fruit en kruiden - en derhalve ook prijzig. Nadeel: er komt veel bezinksel vrij - dus te decanteren!
Hier komt de trukkendoos boven: zoals bij de "Cru spécial" wordt hier gesuggereerd dat je een vintage in het glas krijgt, terwijl het om een soort "restwijn" gaat waarbij overtollige voorraden (in jaren met grote productie, waarbij de toegelaten maxima overschreden worden) gemengd worden. Deze wijnen krijgen soms fantasievolle namen en iets frivolere etiketten.
De LaatgeBottelde Vintage (LBV) is een vintage die 5-6 jaar op vat heeft gelegen - omdat de wijnmaker vaststelt dat het toch geen top-kwaliteit is - en dan gebotteld wordt, met het jaartal op het etiket. Dit is meestal een tussenkwaliteit tussen Ruby-Tawny enerzijds, en Vintage anderzijds. En de prijs ligt beduidend lager. De "Crusted" of "gekorste" wijn is een LBV samengesteld uit 3-4 oogstjaren. Ook hier krijg je vaak met bezinksel te maken.
Quinta is het Portugese equivalent van het Spaanse Bodega - dus wijnlandgoed. Hier gaat het om klassewijnen (meestal vintages) die enkel uit de eigen wijngaarden van het wijngoed komen. Beroemde voorbeelden: Quinta do Vale, Quinta do Passodouro, Quinta do Coto, Quinta do Bonfim, Quinta de San Luiz (Kopke) en zeker Quinta do Noval (Axa millésimes) en Quinta de Vargellas (Taylor's) En wat zijn nu goede Portojaren? Er bestaan verschillende "charts". Alhoewel je daarmee voorzichtig moet zijn, vonden we die van J.M. Leduc op www.chateauonline.com toch de beste. Hij combineert visueel mooi kwaliteit (kleur) en bewaarbaarheid. Hiernaast zie je ook een overzicht van de meest bekende portohuizen, met de datum van oprichting. Het oudste - en nog altijd kwalitatief heel goed - is Kopke. En nu de proefnotities - Bedenk daarbij dit: de Douro is, zoals we die in 2005 in de junimaand hebben bezocht, allicht de mooiste terraswijnstreek die we kennen. MAAR: daarin werken is "keilastig" |
|
||||||||||||||