VinoforumDijlelandGroepElzasreis

Met dank aan blogmaster Kristin publiceren we hierboven de groepsfoto op het terras van Hotel du Lac Guebwiller: - letterleijk iedereen staat met de glimlach

R

9 CONCLUSIES UIT ONZE wijnreis naar de Elzas 28-30 mei 2010

 

Enkele jaren geleden schreven we dat er zich in de Elzas een wijnrevolutie aan het voltrekken was.  (Zie ons laatste artikel). We doelden daar vooral op het drastisch beperken van de volumes van zowat 100 hl/ha naar 60 voor Pinot Blanc en zelfs 35/40 voor Riesling en Gewürztraminer. En daarnaast wezen we op het gebruik van nieuwe technologieën en op de rol van een aantal pioniers.
Onze recente wijnreis bevestigt dit ten dele, maar corrigeert het ook.

1. Van onze 6 bezochte wijnboeren waren er drie die zich zeer uitdrukkelijk bij de biodynamie aansloten, en met name Albert Mann (Maurice Bartélémy), Domaine Martin Schaetzel (Jean Schaetzel) en Domaine Frédéric Geschickt.

Hun opvatting hebben we dichterlijk als volgt omschreven:

"Maurice van Mann is Jean niet van Schaetzel
De één enterntainer, de ander streng docent
Beiden hebben ons de bio-bijbel ingeprent:
Kalk is geen graniet, en leem geen dolomiet
Proef de weelde van de grond
En hou 1000 planten gezond
Le vin est la mémoire du sol
De wijnmaker speelt nauwelijks een rol"

Vanuit de biodynamie is de kritiek op de "agro-technologische" werkwijze zeer streng: met haar gebruik van pesticiden en chemische meststoffen, plus het alsmaar omploegen van de grond maken ze de bodem dood, en beschadigen ze de druif als plant, en ze gebruiken bovenmatig sulfiet en additieven. Het product van deze werkwijze zijn volgens Schaetzl "des vins de fruit": fruitige charmewijntjes die allemaal, zoals pils, op elkaar lijken, en een kort leven beschoren zijn. Volgens hem is de enige taak van de "viticulteur" dan ook deze van verzorger van plant en bodem, en beschermer van natuur en mens. In het wijnmaken zelf speelt hij nauwelijks een rol: daar doen natuurlijke gisten hun werk, hier moet weinig of niet worden ingegrepen. En sulfiet is zowat uit den boze, of hoogstens bij het vullen van de flessen toegelaten. En filteren doe je al evenmin. Zo krijg je niet een "vin de fruit" maar een "vin de terroir".

2. De overige 3 wijnboeren (Dirler, Bernhard en Bechtold) sluiten zich eerder aan bij de minder strenge biologische wijnbouw of zijn daarheen op weg. Volgens Dirler en Bechtold wil dit eigenlijk zeggen: een terugkeer naar de traditie van voor de Wereldoorlog! Want "onze grootvaders respecteerden de plant en de bodem, gebruikten alleen Bordelese pap, waren spaarzaam met sulfiet en chemische middelen, werkten eerder met paarden dan met traktoren". Waarom evolueerde men dan vanaf de jaren '50 naar de "agro-technologie"? Volgens M. Barthélémy heeft dat alles te maken met de zware oorlogsschade en de daaropvolgende armoede in de Elzas. De enige uitweg voor de wijnbouw leek te zijn "maximale productie van commerciële wijnen". En dus moest de plant goed bemest worden en tegen alle insecten gevrijwaard. Bovendien was onkruid uit den boze. En oenologen speelden het spel mee, hadden zelfs nauwe banden met de agro-industrie. Wijngaarden zagen eruit als "een goed onderhouden parktuin". Het besluit is wel dat er nu géén weg terug is naar die "verloren tijd": de hele Elzas gaat de biologische toer op.

3. The proof of the wine is in the glass! Wat zegde ons het glas? Met enige overdrijving kunnen we zeggen dat de wijnen van de "biologische wijnboeren" kwalitatief beter waren dan die van de "biodynamici". Dat leek ons zeker zo voor wat Riesling betreft. Bij Schaetzel waren de Rieslings "streng", met een zoet-zuur-bitterbalans die in de richting van zuur en bitter-mineralig gaat. Bij Dirler, Bernard en Bechtold vulden de Rieslings veel beter onze "smaakdriehoek". Volgens Schaetzel moeten we overigens de term "mineralité" vervangen door "salinité", want chemisch gesproken worden mineralen in een wijn gebonden door zouten. Als je dan zegt "maar zout smaakt toch anders dan mineralen", dan komt het antwoord "dat is een ongefundeerde visie. In wijn proef je niet echt mineralen. Ik heb dat in al mijn cursussen uitgelegd"

4. Als er één woord is dat overal viel dan is het wel "terroir". Maar dan in het meervoud. Want de Elzas is geologisch ongemeen gedifferentieerd: kalkbodem naast graniet, leembodem naast grès, vulkanische lössgrond naast mergel plus dan nog sommige combinaties, en dat zelfs op één perceel. Voor de biodynamici is dit de wet: "niet zozeer de druif maar het terroir bepaalt de kwaliteit en de smaak van wijn". Eerst kregen we de indruk dat dit, vooral voor Riesling en Sylvaner plus Pinot Blanc, klopte, maar veel minder bij Gewürztraminer en Pinot Gris. Tot we, bij voorbeeld van Wineck of Fürstentum, bij verschillende wijnmakers Rieslings uit hetzelfde jaar kregen voorgeschoteld. En dan werd - zeker in de vergelijking Bernard-Schaetzel-Geschickt - een duidelijk verschil merkbaar. Dan speelt de wijnmaker toch een rol, of niet? De Fransen zijn nu eenmaal verhangen aan terroir. Maar er is meer nodig om het karakter van een wijn goed te vatten: neem vooreerst een aantal "eigenzinnige" druivensoorten zoals Gewürz en Muscat die haast overal gelijk smaken, plus de verschillen in ligging en klimaattypes, plus de behandelwijze én de eigen stijl van de wijnbouwer. Dan pas wordt het plaatje compleet.

 

5. Gelukkig (raar woord in dit verband) hadden we één keer te doen met een fanatiek biodynamicus, met name Frédéric Geschickt. Meer recente wijnen (Kaepferkopf 2006) vielen wel in de smaak, maar de meeste wijnen, vooral die van voor 2005, vielen tegen: te vlak, licht tot duidelijk oxydatief, getekend door reductie. "J'ai même fait un crémant double zéro: zéro sulphite et zéro dosage". Dat zei hij vooral in onze richting kijkend, omdat we zijn antisulfitis hadden in twijfel getrokken. Op aandringen van enkelen opende hij een fles. Unaniem oordeel: een wijn die vlak uitvalt, geen fruit heeft, oxydatief ruikt en bijna 9 Euro kost.... De ervaring was voor velen uniek, en dus interessant. Ook wijnmaken is aan bepaalde regels gebonden.

 

6. De hamvraag: kwaliteit van de Elzasser Riesling in vergelijking tot bijv. Moezel of Pfalz. Globaal is het simpel: op eerdere reizen naar Moezel of Pfalz werd bij herhaling een bijna unanieme AA-score gegeven aan sommige droge Rieslings. Met vooral de opmerking dat de combinatie (exotisch) fruit - fjjne zuren én stevig doorsmakende mineralen (of leisteen) zo uniek en zo mooi was. Tijdens onze hele Elzasreis kreeg geen enkele van de vele geproefde Rieslings - trouwens vaak Grand Crus - ook maar van één iemand een AA! Enige uitzondering: een Sélection Grains Nobles Süssenberg bij Bechtold. Dat leidt tot het besluit dat de Elzasrieslings de vergelijking met de beste Duitse (en zeg ook maar Australische en Nieuwzeelandse) Rieslings niet kunnen doorstaan.

7. Hier komt nog een eeuwig discussiepunt: droog of zoet? Sommigen onder ons houden helemaal niet van zoete wijn, zelfs als hij door frisse zuren gedragen wordt. Anderen zijn dan weer verlekkerd op dat type "dessertwijn". Zoet en zoet is wel twee: naast het verwerpelijke stroperige zoet - dat we haast nergens tegen kwamen - is er het fijnfruitige frisse zoet. Daarbij denken we enerzijds aan Gewürztraminer en Pinot Gris, of aan de hele reeks "vendange tardives", d.i. laatgeoogste druiven met mostgehaltes tot 200 en meer. Hiervoor verwijzen we vooral naar Dirler, Bernhard en - zeker - Bechtold.

 

8. En rode wijn, zal je vragen? Men heeft er toch Pinot Noir zoals in Bourgogne? Wel, het antwoord kan kort zijn: de meeste Elzasser Pinot Noirs vallen zowel naar kleur als geur als smaak te dun uit. Enige uitzondering: het domein Albert Mann. Maar dan betaal je ook de prijs: van 12 € voor de "gewone" PN 2008 tot 26 € voor de Grand Cru Hengst. En ook in slechts één restaurant kregen we goede Pinot: in de Taverne Alsacienne in Ingersheim (vlakbij de brug over de Fecht) schonken ze een mooie bessenfruitige en redelijk geconcentreerde Pinot Noir "Zeltenberg" van het huis Manoir. Alle huiswijnen vielen daar mee, wat niet altijd kon gezegd worden van de overigens uitstekende restaurants "Cheval Blanc" in Westhalten en "Hostellerie du Rosenmeer" in Rosheim.

 

9. We noemden al een paar keer de prijzen. Op dat vlak waren er duidelijke verschillen. Weliswaar waren we niet te gast bij de tophuizen (Ostertag, Deiss, Hugel, Zind-Humbrecht e.a.m.), maar toch bij domeinen die we "net onder de top" kunnen situeren. Duurst was ons eerst bezochte domein: Albert Mann, met haast geen wijn onder de 10 €. Daarna kwam Schaetzel. Meevallers waren Marc Bernhard (zelfs een Gewürz Vielles Vignes voor 6,5 € van minstens A-niveau) en Jean-Marie Bechtold. Voor de Grand Crus betaal je in alle gevallen meer tot veel meer (reken gemiddeld op zo'n 20 €). Daarbij moeten we er natuurlijk rekening mee houden dat de GC-wijnen vaak op steile hellingen geteeld worden, waar je alleen manueel kan werken en oogsten. En globaal genomen zijn Elzaswijnen goedkoper dan Bourgognes of Bordeaux. Wel nog deze opmerking: bij de, soms heel gerenommeerde coöperatieven zoals Pfaffenheim, Turckheim of Hunawihr, liggen de prijzen duidelijk lager. Maar er waren geen coöperaties in ons programma opgenomen.

 

Al bij al een heel goed georganiseerde, leerrijke en conviviale wijnreis: het bestuur, en vooral Jan Devriendt en Jo Vandendriessche verdienen een dikke pluim. Gelukkig viel het weer (heel) goed mee, en dan is trekken door de Elzas met zijn unieke dorpen en steden en zijn zo gevarieerde landschappen op zich al een hele belevenis. En gastvrijheid staat hier hoog in het vaandel geschreven. De prijs voor de beste ontvangst gaat ongetwijfeld naar Jean Dirler met een heel smaakvol ingericht proeflokaal. En zijn crémant was een feest voor oog en mond!

In de volgende weken stellen we de meeste van deze domeinen kort voor, en bespreken we een selectie van de bij hen geproefde wijnen.

Gastheer Maurice bij Albert Mann

Docent-wijnboer Jean Schaetzel

Jean Dirler

Jean-Marie Bechtold (links) naast voorzitter en ondervoorzitter

Jean-Marc Bernhard in Katzenthal

Selectie wijnen Bechtold

Proeven bij Dirler-Cadé